***Er is op dit moment geen wachtlijst***
     
 

Beugels


Tijdens een orthodontische behandeling is het regelmatig nodig verschillende soorten beugels gelijktijdig of direct na elkaar te gebruiken. Je kunt daarbij meestal niet kiezen: de keuze voor de beugel die moet worden gebruikt hangt vooral af van het doel dat ermee bereikt moet worden. Met een auto kan je niet vliegen en een vliegtuig is niet geschikt om de weg op te gaan: je reisdoel moet bepalen welk vervoermiddel het meest geschikt is.

Een goede mondgezondheid en motivatie van de patiënt hebben een positieve invloed op de duur van de behandeling.

1. HeadGear (Buitenbeugel)

De officiële naam voor de buitenbeugel is headgear. De buitenbeugel bestaat uit twee metalen bogen, één in de mond en één buiten om het gezicht. Van de binnenboog moeten de uiteinden in kleine buisjes worden geschoven, die aan de ringetjes om de kiezen zitten. Deze binnenboog zit met een metalen verbindingsgedeelte aan de buitenboog (facebow) vast. Hieraan kan een band in de nek (nekbeugel) of een petje op het hoofd (petjesbeugel) worden vastgemaakt. Zo maakt de buitenbeugel ruimte in de bovenkaak. Een buitenbeugel wordt vaak met activator of vaste beugel gecombineerd. De patiënt kan hem zelf in de mond zetten en hem er weer uit halen. 

2. Aktivator (Blokbeugel)

Een activator is niet in de eerste plaats bedoeld om tanden te verplaatsen. Het belangrijkste doel van deze apparatuur is om de groei van de onderkaak te stimuleren en zo de voor- achterwaartse verhouding van de onder- en bovenkaak beter op elkaar af te stemmen. Dat is heel vaak nodig voordat je met bijvoorbeeld een vaste beugel de tanden en kiezen recht en goed passend op elkaar kunt gaan zetten. 


3. Vaste apparatuur


Verder is er de vaste beugel. Deze vaste beugel, die ook wel slotjesbeugel wordt genoemd, kan door de drager of draagster niet uit de mond worden genomen. De vaste beugel bestaat uit slotjes (brackets) die op de tanden worden geplakt. Om de kiezen zitten meestal metalen ringetjes (banden). Daarop zitten kleine metalen buisjes. Door de slotjes en buisjes loopt een veerkrachtige draad. Door middel van vaste apparatuur (slotjes) kunnen de tanden en kiezen afzonderlijk van elkaar verplaatst worden.



4. Lipbumper (denholz)



De lipbumper is een klein binnenbeugeltje die ruimte kan maken in de onderkaak. Door de lip die over de bumper heen valt komt er kracht op de kiezen waar ringetjes om geplaatst zijn zodat de kiezen naar achteren verplaatsen.





5. De mondtrainer

De mondtrainer is een kunststof positioner die gebruikt wordt om mondgewoontes te beïnvloeden. Door het dragen van de trainer worden de tong en lippen geholpen om de juiste positie aan te nemen. Kinderen en volwassenen die verkeerde mondgewoontes hebben, zoals mondademhaling of tongpersen, worden door middel van deze positioner gestimuleerd om deze mondgewoontes af te leren. 

6. Spalken

Aan het einde van de behandeling wordt de beugel verwijderd. Alle slotjes en ringetjes worden uit de mond gehaald en alle lijm wordt verwijderd. In de meeste gevallen worden kleine ijzerdraadjes (spalken) achter de voortanden bevestigd. Dit als retentie (houvast)

7. Spin

Er bestaan ook nog andere soorten beugels die niet uit de mond kunnen worden gehaald en aan de verhemelte-kant aan de tanden zijn vast gemaakt. Een voorbeeld daarvan is het zgn. sutuurexpansie-apparaat ook wel spin genoemd. De spin zorgt voor verbreding van de bovenkaak.





8. Palatinale bar

Deze beugel dient als verankering en enige verbreding van de bovenkaak.







9. Hawley retainer

Een andere retentiemogelijkheid is een uitneembaar kunsthars plaatje (hawley) wat tegen het gehemelte gedrukt wordt waarbij een ijzerdraad aan de voorkant over de voortanden loopt zodat de boven tandboog passief vastgehouden wordt. Dit plaatje wordt dag en nacht gedragen en na 4 maanden mag dit afgebouwd worden naar de nacht. 


Powered by CMSimple